Boerboek
Het oudste nog bewaarde “boerboek” van de boermarke Anloo begint in het jaar 1827, een kleine 200 jaar geleden. Een boerboek is in de meeste gevallen niet veel meer dan een veredeld kasboek, soms met wat meer bijzondere gegevens, zoals de naam en de ligging van een aangekocht stuk grond. Het bevat een overzicht van de inkomsten en de uitgaven van de boermarke; het voorblad van boerboek van Anloo luidt: “Aantekening van het Verhandelde bij de Volmachten van de Boer van Anloo”. Balansen en rekeningen van winst en verlies werden niet bijgehouden. Van alle inkomsten en uitgaven wordt de datum vermeld en er wordt een korte omschrijving gegeven van de betreffende boekingspost. Voor het lezen -en vooral het interpreteren- van het geschrevene zijn nogal wat vaardigheden vereist. Ter illustratie is de bladzijde, die gaat over het jaar 1893, hierboven afgedrukt.
Elk jaar legde de “boekhouder” van de boermarke rekening en verantwoording af, tijdens het z.g. “boerreken”; als de boeken in goede orde werden bevonden, werd décharge verleend en werd een nieuwe boekhouder aangewezen. Het resterende saldo in de kas werd aan de nieuwe boekhouder overgedragen, die dit bedrag als openingspost van het volgende jaar opneemt. Omdat het kasboek met de hand werd bijgehouden en de kwaliteit van de inkt niet altijd perfect was –hetgeen ook geldt voor de verschillende handschriften-, levert ontcijfering de nodige problemen op. Een geldeconomie, waarin alle waarden in geld worden uitgedrukt en waarin alles met geld wordt betaald, bestond in die vorm nog niet in de 19de eeuw. Vooral op het platteland was er nog veel “ruilhandel”. B.v. iemand zonder rechten in de boermarke vroeg toestemming om hout te kappen en deed daarvoor iets terug in de vorm van het onderhouden van b.v. een stuk zandweg. En omdat zo’n transactie niet met de overdracht van contant geld gepaard ging, is die transactie niet terug te vinden in het kasboek.
Daarbij komt dat niet alle boekhouders vlekkeloos ABN schreven en bovendien schreven ze voor hùn publiek, de boeren van Anloo van die tijd en zolang die begrepen wat er stond was er geen probleem. De boekhouders van dat moment hadden ook niet in hun achterhoofd dat misschien eeuwen later anderen hun aantekeningen zouden proberen te lezen en te interpreteren en dat ze dus eigenlijk geschiedschrijving bedreven.
De nieuwe fokstier, die jaarlijks wordt aangekocht door de boermarke, wordt bijna steeds aangeduid als “bol”. (pas in 1874 komst voor de 1ste keer het woord stier voor). In 1932 treffen we in het Boerboek aan: “Ontvangen voor zetplaats fl. 30,50”; dan is het maar goed dat er nog mensen zijn die weten dat een zetplaats of zetstee het stuk land is waar de korenschoven in zaadbulten of mieten “gezet” werden; dit werd “vaoten” genoemd en werd gedaan door de “mietzetters”, een echt vak, want de bult moest zo worden opgebouwd en afgedekt dat de regen er niet in kon doordringen . Gedurende de periode dat die bulten daar stonden kon het land niet bewerkt worden, maar bovendien viel er heel veel onkruidzaad uit de bult en gedijde voortreffelijk onder de warme bescherming van de bult. Daarnaast werd de grond flink verdicht door het af- en aanrijden van alle wagens tijdens de aanvoer van de schoven en later de afvoer van het gedorste graan. Daarom was niemand er happig op die bulten op zijn land te hebben en moest er dus voor worden betaald.
Enige kennis van het locale dialect: zo staat er op 10 februari 1892 “Ontvangen voor schenzen” (= schansen=takkenbossen; vroeger ook gebruikt voor militaire versterkingen, vandaar Oudeschans en Nieuweschans en het werkwoord verschansen) èn van het boerenbedrijf is dan ook handig bij het lezen en vooral het interpreteren. Zo komen we een ontvangstpost tegen: “Ontvangen voor 44 koeien fl 88,00”; dat lijkt wel heel erg goedkoop, fl. 2,00 per stuk. Maar gelukkig is de boekhouder van een paar jaren later wat duidelijker in zijn omschrijving en vermeldt: “Ontvangen voor bolgeld 6 koeien fl 12,00” .
Een goede indruk van de hoogte van de lonen geeft b.v. een vermelding in het jaar 1891:
“Betaald aan Hein Leisen voor drie dagen arbeid; fl 2,25; E.Koops ontvangt voor 4 dagen fl 3,00 en Willem Tjassens krijgt voor twee dagen fl 1,50 Helaas is niet duidelijk waaraan de mannen hebben gewerkt. “Betaald aan drank bij het schaapwasschen fl 0,40”. Kennelijk kwam er regelmatig drank aan te pas; het boerboek vermeldt dit vaak.
In het op de vorige bladzijde afgedrukte stukje uit het boerboek wordt gesproken over: “Ontvangen van R. Jansen, W.Kloek, J.Bakker pengeld fl. 0,35 “ en ook nog van een paar andere mensen op een volgende bladzijde; wij zijn heel benieuwd wie weet wat “pengeld” is en wat ermee wordt bedoeld. Uw suggesties kunt u doorgeven aan één van de auteurs of het e-mail adres van de Vereniging Historisch Anloo: historischanloo@gmail.com. (Volgende keer over “kachies” en andere boeiende zaken)
tekst: Jan Mulder, Hendrik Lanjouw, Albert Hovius


















